De deportaties
‘De hoofden van de Belgische diensten zijn persoonlijk verantwoordelijk voor de punctuele en veilige uitvoering van het werk. Alleen absoluut voor de Duitsers betrouwbaar personeel mag worden belast met het werk op speciale treinen.’
Tussen 1941 en 1944 verzorgen de toenmalige Belgische spoorwegen, onder dwang van de Duitse bezetter, het transport van 189.542 Belgische dwangarbeiders, 25.272 Joden en 353 Roma naar het vernietigingscentrum Auschwitz-Birkenau, 218 Joden naar Buchenwald, Ravensbrück, Bergen-Belsen en Vittel, en 16.081 politieke gevangenen naar diverse gevangenissen en concentratiekampen. Deze transporten vinden plaats in de context van de Duitse bezetting en worden onder Duits toezicht uitgevoerd. De toenmalige Belgische spoorwegen worden voor deze trajecten betaald, hoewel het onmogelijk is om individuele betalingen aan specifieke konvooien te koppelen.
De konvooien die personen vervoeren die bestemd zijn voor deportatie, worden binnen de directie nooit besproken. Ze worden beschouwd als een klein onderdeel van de militaire diensten die het bedrijf sinds 1940 levert. Vanuit die optiek beschouwt de directie de uitvoering van deze transporten als onvermijdelijk. Op het niveau van de directie van het bedrijf wordt geen enkele officiële protestbeweging geregistreerd. Nochtans is het leed van de slachtoffers zichtbaar voor de betrokken personeelsleden. Het georganiseerde verzet acht het te gevaarlijk om deportatietreinen tegen te houden of te saboteren, met uitzondering van het befaamde 20e Jodenkonvooi op 19 april 1943. Omdat deze opdrachten als onvermijdelijk worden beschouwd, heerst er een collectieve stilte rond deze deportaties.
De Joodse bevolking
Voor de oorlog leven er ongeveer 70.000 Joden in België. Het grootste deel van hen zijn vluchtelingen: bijna 95% heeft een andere nationaliteit dan de Belgische. Deze diverse groep verblijft vaak in België met een precair statuut. Na de eerste anti-Joodse Verordeningen van 28 oktober 1940 zijn er 43.000 Joden die zich laten registreren. De Duitse Sicherheitsdienst-Sicherheitspolizei registreert daarna zelf 57.000 Joden in België. Via 18 anti-Joodse Duitse verordeningen wordt de Joodse gemeenschap in België uitgesloten, beroofd, fysiek bijeengebracht en met een gele Jodenster gemarkeerd. Uiteindelijk worden 25.490 Joden gedeporteerd via de Dossinkazerne in Mechelen: naar schatting 45% van het totaal aantal Joden in België. Na de bezetting kunnen de overlevenden in België meestal niet rekenen op veel steun, begrip of erkenning en moeten zij vooral zichzelf helpen.
Aantal gedeporteerde Joden en Roma (chronologie en aantallen)
Politiek Vervolgden
De politiek vervolgden zijn een diverse groep. Er zijn de politieke tegenstanders van de Duitse bezetter die omwille van hun overtuiging worden aangehouden. Er zijn ook de verzetsmensen, die omwille van hun acties worden opgespoord. Een andere groep zijn de gijzelaars die worden geïnterneerd als Duitse vergeldingsmaatregel. Maar het kan ook gaan om arbeiders die gestraft worden omdat ze staken of ambtenaren die weigeren bevelen uit te voeren. Met de introductie van het Sicherheitshaft in februari 1941, kunnen mensen zonder onderzoek preventief worden gevangen
gezet. Een deel van de politiek vervolgden komt terecht in het beruchte opvangkamp Breendonk. Met het Nacht-und-Nebel decreet van december 1941 kunnen gevangenen zonderaanhoudingsbevel gedeporteerd worden. Uiteindelijk worden ruim 16.000 mensen uit België gedeporteerd om politieke redenen.
Aantallen gedeporteerde Belgen om politieke redenen in de belangrijkste concentratiekampen (niet-volledige lijst)
Rollend materiaal Jodendeportaties
Van de in totaal 28 Jodentransporten met bestemming Auschwitz-Birkenau, worden voor de eerste 19 nog rijtuigen van de derde klasse gebruikt. Dit zijn reizigersvoertuigen met zitbanken, ramen en een treeplank. Pas vanaf het 20ste transport van 19 april 1943 worden goederenwagens gebruikt om het hoge aantal ontsnappingen tegen te gaan. Een goederenwagen heeft geen ramen en de deuren en verluchtingsluiken zijn met prikkeldraad of tralies afgesloten: ontsnappen is dus veel moeilijker. Het meest gebruikte traject wat het Belgische deel betreft, verloopt van Mechelen
naar Boortmeerbeek, Wespelaar, Wijgmaal, Leuven, Boutersem, Tienen, Landen, Borgworm, Ans, Luik-Guillemins, Verviers, Welkenraedt, Astenet en zo richting Aken. Het traject wijzigt echter regelmatig.
Betalingen Mitteleuropäisches Reisebüro aan NMBS, per trimester, in BEF
De Roma-gemeenschap
Voor de oorlog bevinden zich naar schatting 400 Roma in België en Noord-Frankrijk. Dit reizigersvolk leeft volledig buiten de Belgische samenleving. Tijdens de oorlog wil de bezetter hen net als de Joden uitroeien op basis van de nazi-rassenideologie. In januari 1942 wordt de ‘Zigeunerkaart’ ingevoerd door de Belgische overheden, die de verplichte verblijfsvergunning vervangt. Met de hulp van de Belgische vreemdelingenpolitie, gemeentelijke administraties, politie en Rijkswacht worden de Roma in kaart gebracht. Eind oktober 1943 voert de Feldgendarmerie in België en Noord-Frankrijk razzia’s uit om alle Roma op te pakken. De Roma komen terecht in de Dossinkazerne in Mechelen. Op 15 januari 1944 worden alle 352 opgepakte Roma met het Z-transport naar
Auschwitz-Birkenau gevoerd, samen met het 23ste Jodentransport. 33 Roma overleven de deportaties: 32 mensen van het Z-Transport en één van Transport 25. Als slachtoffergroep blijven de Roma tot vandaag vaak onzichtbaar.