Vernietigingen en wederopbouw
Vanaf 1943 worden de spoorwegen een centraal doelwit van geallieerde bombardementen. De site van Schaarbeek bijvoorbeeld, wordt 19 keer gebombardeerd op 9 maanden tijd. Het leidt tot een veiligheidsprogramma met de uitbouw van uitkijkposten, luchtalarmen en schuilplaatsen in alle stations en werkplaatsen.
Dankzij de inlichtingen van het verzet, zijn de geallieerden perfect op de hoogte van de strategische doelwitten. Zo wordt de Centrale Werkplaats Mechelen, waar voor Duitsland wordt geproduceerd, op 19 april 1944 grotendeels verwoest door een bombardement.
Bij de Bevrijding zijn 40% van de spoorlijnen, 51% van de goederenwagens, 50% van de locomotieven en 40% van de vormingsstations vernietigd. De aankoop van 300 stoomlocomotieven in Canada en de Verenigde Staten na de Bevrijding, moet helpen het spoorwegverkeer te herstellen. Het herstel van de schade zal in sommige gevallen nog jaren duren.