Politiek van het minste kwaad
‘Het is een absurditeit te doen alsof het mogelijk zou zijn geweest Belgische machinisten te verbieden Duitse treinen te besturen. Het was onze plicht te blijven (…).’
NMBS wordt tijdens de bezetting bestuurd door de vooroorlogse directie en Raad van Bestuur. Hun prioriteiten zijn de voedselbevoorrading van de bevolking en het ondersteunen van de Belgische industrie.
De hoogste Belgische autoriteiten en de grootindustrie leggen een ‘politiek van het minste kwaad’ op: samenwerken met de bezetter in het belang van het land. De directie van NMBS beschouwt de samenwerking als een vaderlandse plicht, in overeenstemming met het internationaal oorlogsrecht. Het blijft echter wel strikt verboden diensten te leveren in strijd met de vaderlandse plicht of de strafwet. En daar loopt het mis.
De spoorwegen van die tijd zullen onder de Duitse bezetting diensten verrichten zoals de fabricage van locomotieven voor het Oostfront in de werkplaats van Mechelen, evenals het vervoer van Joden, Roma, verplicht tewerkgestelden en personen die om politieke redenen werden vervolgd. Directeur-generaal Rulot wordt het gezicht van deze samenwerking. Hij meent dat NMBS de uitvoering van deze diensten onmogelijk kan weigeren, een standpunt dat gedeeld werd door de hoogste Belgische autoriteiten in bezet België. Deze militaire diensten aan Duitsland beschouwt men als de prijs die betaalt moest worden om de Belgische bevoorrading te garanderen.
Aandeel Belgisch en Duits reizigersvervoer op het Belgische net (1940-1944)
Aandeel Belgisch en Duits vrachtvervoer op het Belgische net (1940-1944)
Meer weten
Politiek van het minste kwaadAuteur : Wouters Nico (Instelling : CegeSoma/Rijksarchief)