Historisch archief
Ontdek het archief
De rol van de Raad van Beheer tijdens de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Duitse bezetting bleef de Raad van Beheer van NMBS formeel bestaan, maar zijn invloed was sterk beperkt. Na de Achttiendaagse veldtocht in mei 1940 hervatte hij pas in augustus zijn werking. Onder druk van de bezetter gaf de Raad de directie toestemming om militaire transporten en andere diensten uit te voeren.
Een principiële discussie over de bevoegdheidsverdeling met de Duitse bezetter of de relatie tot de Duitse bezetter werd nooit gevoerd door de Raad van Beheer, noch door het Bestendig Comité.
Hoewel de Raad niet rechtstreeks betrokken was bij de organisatie van deportatietreinen, werd deze dienstverlening stilzwijgend aanvaard. De Raad balanceerde tussen samenwerking en overleving, met als doel het spoorverkeer en de voedselbevoorrading in België te behouden.
Door de reorganisatie in 1986 werd de naam van dit orgaan aangepast en spreken we van de Raad van Bestuur.
Wat vind je in dit archieffonds?
- Notulen en documenten van de Raad van Beheer.
- Notulen van de Algemene Vergadering.
Tijdens de bezetting kwam de Algemene Vergadering, waarin de aandeelhouders normaal samenkomen, nauwelijks bijeen. De Duitse bezetter voerde een vorm van direct bestuur in over NMBS, waardoor de gebruikelijke bedrijfsstructuren, waaronder de Algemene Vergadering, grotendeels buiten werking werden gesteld. - Notulen van het Bestendig Comité.
Het Bestendig Comité was een kleiner, uitvoerend orgaan dat tussen de vergaderingen van de Raad van Beheer door beslissingen kon nemen. Het bestond uit een beperkt aantal leden en had als doel om sneller en efficiënter beslissingen te nemen, vooral in crisissituaties of wanneer de voltallige Raad niet bijeen kon komen.
Tijdens de bezetting verloor het Comité veel van zijn invloed, omdat de Duitse bezetter een vorm van direct bestuur installeerde en strategische beslissingen vaak buiten de normale bedrijfsstructuren om werden genomen. Het Comité had geen formele bevoegdheid over strategische dossiers zoals de deportatietreinen, die zelfs nooit besproken werden op dat niveau. - Dossiers incivisme: interne onderzoeken naar personeelsleden die verdacht werden van collaboratie en het onderzoek naar Narcisse Rulot, Directeur-Generaal van NMBS.
- Dossiers opgesteld door R.L. Joosen, lid van het secretariaat van de Raad van Beheer.
Deze reeks bevat biografische fiches over de leden van de Raad van Beheer. Ze omvatten ook documenten met betrekking tot zuiveringskwesties na de oorlog.
Daarnaast bevat de reeks briefwisseling tussen Narcisse Rulot en leden van de Raad van Beheer die bij het begin van de oorlog gevlucht waren en hun terugkeer naar België overwogen.
De jaarverslagen vormen een essentiële bron voor wie inzicht wil krijgen in de werking, de beleidskeuzes en de maatschappelijke rol van de spoorwegen in België. Ze bieden een overzicht van de activiteiten, financiële resultaten, personeelsaangelegenheden, infrastructuur, rollend materieel, dienstverlening en strategische beslissingen van het bedrijf en geven ook jaarlijkse statistieken mee.
In oorlogstijd krijgen deze verslagen een bijzondere betekenis. Ze documenteren hoe NMBS functioneerde onder bezetting, welke diensten werden verleend aan de Duitse autoriteiten en hoe het bedrijf probeerde het spoorverkeer en de bevoorrading van de bevolking te blijven garanderen. De verslagen geven ook indirect inzicht in de spanningen tussen samenwerking en overleving en in de manier waarop de directie en de Raad van Bestuur hun rol invulden in een complexe en vaak moreel beladen context.
De jaarverslagen zijn apart gepubliceerd in het Nederlands en in het Frans.
In de oorlogsperiode werden er maandelijks statistische verslagen gepubliceerd. Ze geven gedetailleerde cijfers over de financiële situatie, het rollend materieel, het goederentransport, het verbruik van steenkool enz. Slechts drie rapporten bleven bewaard bij NMBS: mei 1941, september 1942 en december 1943. Ze werden telkens in één drietalige uitgave gepubliceerd.
De berichten zijn interne publicaties, bedoeld om werknemers op de hoogte te houden van belangrijke informatie over het bedrijf, hun rechten en plichten, praktische regelingen en beleidsmaatregelen. Dankzij hun directe toon en brede inhoud zijn ze een van de meest waardevolle bronnen voor wie de organisatie en bedrijfscultuur van de Belgische spoorwegen wil begrijpen.
Bericht nr. 59P van 21 december 1940, opgesteld naar aanleiding van een Duitse verordening, illustreert treffend hoe de bezettingspolitiek snel en diep doordrong in de werking van NMBS: het verbood Joden expliciet om functies te bekleden in centrale administraties en staatsgebonden diensten.
De berichten verschenen oorspronkelijk in het Nederlands en Frans, maar vanaf mei 1941 ook in het Duits. Dit gebeurde onder druk van de bezetter, die steeds meer controle uitoefende op de communicatie en werking van het bedrijf.
Het gebruik van het Duits in interne communicatie had verschillende doelen:
- controle en toezicht: Duitse militairen en administrateurs konden zo rechtstreeks volgen wat er binnen het bedrijf werd gecommuniceerd;
- uniformiteit met andere bezette gebieden: in lijn met de bredere bezettingspolitiek werd het Duits de dominante taal in officiële documenten;
- symbolische onderwerping: het gebruik van de bezetterstaal in personeelsberichten versterkte het beeld van ondergeschiktheid en samenwerking.
De berichten zijn uitgegeven per directie, wat wijst op een gedecentraliseerde communicatiestructuur.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was NMBS een groot en hiërarchisch gestructureerd bedrijf, opgedeeld in verschillende directies en geografische groepen: Antwerpen, Charleroi, Gent, Hasselt, Luik, Bergen en Namen, en vanaf november 1940 ook de groep Brussel. In elk van deze groepen zijn de directies Exploitatie, Materieel en Baan vertegenwoordigd door een hoofdingenieur of een hoofdinspecteur. Elke groep was verantwoordelijk voor het beheer van spoorlijnen, stations, personeel en materieel binnen een specifieke regio. Deze decentrale organisatie hielp om het spoorwegnet operationeel te houden, maar bracht ook spanningen met zich mee tussen centrale controle en lokale autonomie.
- Er zijn berichten bewaard voor de groepen Brussel, Charleroi, Luik en Mons (Bergen):
- Groep B (Brussel) 08/1941 en 06/1942;
- Groep C (Charleroi): 01/1943 tot 12/1945;
- Groep L (Luik): 07/1940 tot 12/1940 en 09/1942 tot 11/1942;
- Groep M (Mons): 01/1943 en 01/1944 tot 12/1945.
De spoorboekjes bevatten de dienstregelingen van binnenlandse en internationale reizigerstreinen en zijn bedoeld voor het grote publiek. Onder normale omstandigheden verschijnen ze twee keer per jaar. Tijdens oorlogsomstandigheden kon de frequentie oplopen tot maandelijkse publicaties, afhankelijk van de situatie.
Vanaf 15 augustus 1940 verschenen de eerste spoorboekjes onder Duitse bezetting. Hoewel NMBS formeel nog bestond, werd het spoorwegnet tijdens de bezetting beheerd door de Duitse militaire spoorwegadministratie. De uitgave gebeurde dus niet door NMBS zelf, maar onder toezicht van de Wehrmacht Verkehrsdirektion Brüssel (WVD) en de Eisenbahn Betriebs Direktion Brüssel (EBD).
Ze waren drietalig - Nederlands, Frans en Duits - waarbij Duits de hoofdtaal werd. Het bekende B-logo van NMBS verdween aanvankelijk van de omslagen, maar vanaf oktober 1941 keerde het terug. De laatste uitgave tijdens de oorlogsperiode dateert van 3 juli 1944.
De boekjes van de treindienst zijn interne documenten die uitsluitend gebruikt werden door spoorwegpersoneel. Ze bevatten technische informatie die essentieel is voor de organisatie van reizigerstreinen, goederentreinen en speciale konvooien bestemd voor de bezettende autoriteit. Tijdens de oorlog werden ze uitgegeven in 3 talen, Frans, Nederlands en Duits.
Ze bestaan uit verschillende delen: techniek, reglementering en dienstregelingen, zowel voor reizigers- als voor goederentreinen.
De boekjes werden maandelijks gepubliceerd en sommige edities zijn specifiek gericht op bijzondere transporten of onderwerpen, zoals:
- cabotagetreinen (goederentreinen binnen bezet gebied);
- doorgaande versnelde en stukgoedtreinen;
- Duitse expres- en verloftreinen;
- goederentreinen voor kolentransport;
- treinen voor Belgische arbeiders richting Duitsland en de bijhorende lege terugritten;
- kruisingstabellen voor enkelsporige lijnen.
- Jaarboeken van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (1926-1954)
De Jaarboeken van het personeel zijn publicaties die uitsluitend bestemd waren voor NMBS-medewerkers. Ze stelden elke medewerker in staat om een duidelijk beeld te krijgen van zijn of haar situatie met betrekking tot benoemingen en promoties.
De jaarboeken vormen een van de weinige bronnen waarmee men de naam kan terugvinden van een medewerker die ooit bij NMBS heeft gewerkt. Hoewel ze helaas geen informatie bevatten over medewerkers onder het “arbeidersstatuut”, bieden ze wel essentiële gegevens over het administratief personeel, van de directie tot het baanpersoneel zoals hoofdwachters. Je vindt er volgende gegevens in terug: datum van indiensttreding, geboortedatum, graad en promoties.
De jaarboeken verschenen traditioneel aan het begin van elk jaar, maar tijdens de oorlogsjaren werd de publicatie onderbroken: na de uitgave van begin 1940 werd de reeks pas in 1948 hervat.
- Overlijdensregisters van spoorwegpersoneel (necrologieën) (1901-2016)
Deze handgeschreven registers documenteren het overlijden van spoorwegmedewerkers over een periode van meer dan honderd jaar. Ze bevatten waardevolle informatie zoals de naam van de medewerker, het beroep, de laatste werkplaats, de doodsoorzaak (bijvoorbeeld ziekte of ongeval), de gezinssituatie, de overlijdensdatum en de datum waarop de werkgever op de hoogte werd gebracht.
De registers werden maandelijks bijgewerkt, op basis van meldingen door nabestaanden. Men merkt op dat er uitzonderlijk veel overlijdens geregistreerd werden tijdens de meest tragische maanden van de oorlog — mei en juni 1940, evenals rond de periode van de Bevrijding.
Bij elk spoorwegongeval wordt standaard een verslag opgemaakt. Deze verslagen bevatten onder meer een beschrijving van de situatie, het aantal gewonden of doden, onderzoeksgegevens, en informatie over het betrokken materieel en de vervoerde personen.
Voor de periode van de Tweede Wereldoorlog vormen deze documenten een bijzonder waardevolle bron. In een aparte reeks dossiers vinden we meldingen van sabotageacties, luchtaanvallen, diefstallen, aanslagen door Duitse troepen na de Bevrijding en andere incidenten.
Omdat het niet altijd duidelijk was of een ongeval het gevolg was van sabotage en het niet zeker is dat alle gevallen van sabotage correct herkend zijn, is het bij diepgaand onderzoek aan te raden ook de algemene reeks ongevallenverslagen te raadplegen. Zo ontstaat een vollediger beeld van de gebeurtenissen en omstandigheden tijdens deze turbulente periode.
Verschillende archiefreeksen werpen een uniek licht op hoe NMBS haar rollend materieel inzette tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Ze tonen hoe treinen functioneerden in een complexe context van bezetting, samenwerking en logistieke druk.
Tijdens de oorlog werden meer dan 1.000 Belgische locomotieven gedwongen afgestaan aan de Duitse bezetter. Daarnaast werden duizenden goederenwagens en rijtuigen opgeëist, vaak zonder enige controle over hun uiteindelijke gebruik.
- Identificatiefiches
Deze fiches geven informatie over de geschiedenis van elke locomotief of rijtuig zoals de oorspronkelijke werkplaats waaraan ze waren toegekend, de data en de aard van onderhoud en gegevens over de buitengebruikstelling. - Documenten over niet-geregistreerde rijtuigen
Na de oorlog waren heel wat rijtuigen “spoorloos”, verspreid in het buitenland zonder enige registratie. Deze documenten, gepubliceerd tussen 1 januari 1948 en 31 december 1953, geven inzicht in de inspanningen om ze na 1945 terug te vinden. - Aan NMBS ter beschikking gesteld reizigersmaterieel na de Bevrijding
Deze dossiers bevatten lijsten van het reizigersmaterieel dat na de Bevrijding ter beschikking werd gesteld van NMBS, waaronder materieel van de Deutsche Reichsbahn. - Dossier met verslagen van uitwisselingen tussen NMBS en de Deutsche Bundesbahn na de oorlog.
- Dossier over in Duitsland teruggevonden rijtuigen en de beoordeling van het materieelbestand na 1945.
- Processen-verbaal van reizigersrijtuigen.
Deze reeks bevat interessante correspondentie over de periode van de Duitse invasie tot de Bevrijding:
- correspondentie over de evacuatie van mei 1940;
- documenten over de situatie van NMBS-personeel tijdens de bezetting;
- personeel veroordeeld, gestraft of gefusilleerd door de Duitsers;
- diverse correspondentie tussen de Haupt Verkehrdirektion (HVD) en NMBS-diensten;
- samenwerking van NMBS-personeel met Amerikaanse autoriteiten;
- materieel ter beschikking van het Amerikaanse leger en het Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF). Het was het geallieerde hoofdkwartier dat tijdens de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk was voor de planning en uitvoering van militaire operaties in West-Europa, vanaf de landing in Normandië (D-Day, 6 juni 1944) tot de bevrijding van Europa;
- herstel van het verkeer na de Bevrijding.
Deze archiefreeks bevat dossiers die aantonen welke NMBS-agenten actief waren in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. De documenten bieden inzicht in hun acties en de officiële erkenning die ze daarvoor ontvingen.
De collectie omvat onder andere:
- lijsten van agenten die de status van gewapende verzetsstrijder hebben verkregen en die zijn verschenen voor de Onderzoekscommissie naar aanleiding van hun burgerlijk gedrag tijdens de oorlog. Ze zijn opgesteld per groep;
- attesten van verzetslidmaatschap, uitgereikt door de Dienst van de Weerstand, een orgaan onder het Ministerie van Landsverdediging, met bijhorende fiches en correspondentie geordend op naam;
- persoonlijke dossiers met brieven en verklaringen, waarin agenten hun verzetsactiviteiten toelichten;
- een dossier over verzetsleden die achteraf toch als inciviek werden beschouwd;
- documenten over clandestiene pers in het buitenland, voornamelijk in Frankrijk.
- administratieve stukken.
Deze archieven vormen een belangrijke bron voor wie het engagement van NMBS-personeel in het verzet wil onderzoeken.
Na de Tweede Wereldoorlog moest NMBS omgaan met de gevolgen van de bezetting voor haar personeel.
Deze archieven bevatten dossiers over vergoedingen aan medewerkers die tijdens de oorlog goederen moesten afstaan aan de bezetter, zoals woningen, meubels of steenkool.
Daarnaast vind je hier ook aanvragen van personeelsleden om opnieuw in dienst te treden. In deze dossiers staan gegevens over de reden van de dienstonderbreking zoals deportatie, gedwongen tewerkstelling, tewerkstelling in Engeland, en over de evaluatie van de aanvraag en de uiteindelijke beslissing tot al dan niet herplaatsing.
Dit handgeschreven herdenkingsalbum bevat alle namen van spoorwegmedewerkers die tijdens de twee wereldoorlogen zijn omgekomen. Het album heeft een rode kaft met gouden opschriften, wat het een plechtige en respectvolle uitstraling geeft.
De pagina’s over de Eerste Wereldoorlog beperken zich tot lijsten van slachtoffers, gegroepeerd per administratieve eenheid. De pagina’s over de Tweede Wereldoorlog zijn daarentegen veel rijker aan informatie. Ze vermelden onder andere:
- de administratieve standplaats van de medewerkers;
- de datum, plaats en omstandigheden van overlijden;
- de functie van de slachtoffers (machinist, berichtendrager, monteur, enz.).
De slachtoffers van WOII zijn geordend volgens het type overlijden, en vervolgens alfabetisch. De categorieën zijn:
- Gevallen op het veld van eer;
- Terechtgesteld door de vijand
- Gestorven in gevangenschap;
- Omgekomen in dienst door oorlogsfeiten.
Deze reeks bevat dossiers over materiële schade, afkomstig van verschillende groepen, directies, werkplaatsen en depots:
- Richtlijnen over oorlogsschade en heropbouw;
- Groep Gent: bombardementen in Avelgem, Brugge, Deinze, Eeklo, Gentbrugge, Gent-Sint-Pieters, Gent-Zeehaven, Ingelmunster, Gent-Flandria, Melle-Merelbeke, Kortrijk, Roeselare, Ronse;
- Station Schaarbeek: sabotage, luchtafweer, bombardementen, heropbouw;
- Merelbeke: bombardementen op 10/04/1944 en 10/05/1944;
- Groep Hasselt: luchtafweer tussen 1941 en 1945;
- District Noordwest: schade aan lijnen en gebouwen;
- Groep Luik;
- Groep Antwerpen;
- Centraal atelier Gentbrugge: schade, instructies, bombardementen, herstellingen, mobilisatie, zuivering, straffen;
- Centrale Werkplaats Leuven;
- Remises Jemelle, Ottignies, Ronet;
- Ateliers Latour en Stockem;
- Stations Brussel: vorderingen en diensten aan Duitse en geallieerde legers;
- Station Antwerpen Dam;
- Directie Materieel en Aankopen: schade aan voertuigen;
- Directie Financiën: passieve verdediging, facturen en bewijsstukken (1939-1949).