In het najaar heeft het weer een belangrijke invloed op het spoor.
  1. Zware regenval
  2. Sterke wind
  3. Vallende bladeren op de sporen     
  4. Vorst op de bovenleidingen ...

...kan het treinverkeer doen vertragen.

Gladheid en slippen

Wanneer de sporen vol liggen met bladeren, sneeuw of vorst, is de kans op vertraging groot. Gladheid (gebrek aan grip bij het optrekken of starten van de locomotief) en slippen (verlies van grip bij het afremmen van de trein met een langere remafstand als gevolg) zijn de belangrijkste risico's.

Infrabel en NMBS werken samen, met de hulp van specialisten uit verschillende domeinen van de spoorwegwereld, om te anticiperen op de storingen en vertragingen en het slippen te beperken. Dit actieplan omvat het preventief reinigen van het spoor, het opknappen van het rollend materieel en een permanente opleiding voor rijden bij slecht weer die aan alle bestuurders wordt aangeboden.

Om de veiligheid van het personenvervoer te waarborgen, worden verschillende maatregelen genomen wanneer het najaar aanbreekt:

1. Zware regenval en overstromingen

Bij veel neerslag kunnen zich grote incidenten voordoen. Oppervlakteafvoer verzadigt het regenwatersysteem en zorgt ervoor dat de ballastinfrastructuur (elektrische componenten) onder de rails beschadigen, de oevers langs de sporen destabiliseren of sommige tunnels onder water zet. Elk jaar worden er preventie- of reparatiewerkzaamheden gepland in de risicogebieden. Op sommige plaatsen worden pompen geïnstalleerd of vangnetten opgehangen om te voorkomen dat de rotswanden wegzakken.

Wanneer de sporen ondanks al deze maatregelen onder water komen te staan of beschadigd zijn, worden herstelwerkzaamheden met spoed uitgevoerd. Deze kunnen enkele weken duren afhankelijk van de schade.

2. Hevige wind en rukwinden 

Wanneer het KMI een waarschuwing over sterke wind of stormrisico's verspreidt, wordt de dienstregeling automatisch aangepast. Het risico dat takken of bomen op het spoor of de bovenleidingen vallen is groot. Om deze incidenten te voorkomen, is er het hele jaar door een plan voor het groenbeheer langs het spoor van kracht. Dat betekent regelmatig onderhoud, snoeien en opruimen rond de transportassen.

In bepaalde situaties wordt het verkeer in risicogebieden beperkt of opgeschort om een maximale veiligheid voor de reizigers en het rollend materiaal te verzekeren.

3. Bladval

Vooral op lijnen die beboste gebieden doorkruisen, zorgt het sap van rottende bladeren op de rails voor tractieverlies en een grotere remafstand. De teams van Infrabel werken dag en nacht, ook in het weekend, om het treinverkeer te verbeteren:
  • Gebruik van lege treinen
    Als de sporen niet erg verstopt zijn door bladeren, kan de doorgang van een lege trein het gemakkelijk maken om de plantenresten op de sporen te verwijderen.
  • Reinigingstreinen
    Wanneer de sporen bedekt zijn met bladeren, worden gespecialiseerde reinigingstreinen met een hogedrukreiniger ingeschakeld.
  • Vangnetten
    In bepaalde specifieke gebieden (vb. bij de uitgang van het station van Namen) worden er vangnetten opgehangen.
  • ABS (antiblokkeersysteem)
    Wanneer de wielen blokkeren en de trein verder vooruit blijft rijden, ontstaat er door slijtage "vierkante" of vlakke wielen. Dit vraagt een snel bezoek aan de werkplaats. Om deze vertragingen te voorkomen, is op alle treinwagons een anti-slip-systeem geïnstalleerd dat vergelijkbaar is met het ABS van een auto.
  • Zandtoevoer
    Om de grip van de trein te verbeteren, voegt een apparaat zand toe tussen het wiel en de sporen. Dit mechanisme verhoogt de grip bij het starten van een zware trein op een glad spoor of voor een noodstop.

4. Bevroren bovenleidingen en sneeuw 

Temperaturen die rond of onder nul liggen, verhogen het aantal defecten aan apparatuur. Dat kunnen bevroren schakelaars, defecten in de bediening van de deuren of sanitaire voorzieningen zijn. Om de gevolgen van deze vriesperioden te beperken, zijn verschillende maatregelen ingevoerd:
  • Onderhouden van operationele schakelaars
    Om te voorkomen dat wissels bevriezen, worden er regelmatig wisselorders gestuurd. Wanneer de temperatuur ver onder nul daalt, wordt dit systeem ondersteund door verwarming.
  • Vriesdienst
    Vroeg in de ochtend rijden er lege treinen om de staat van het treinnetwerk te testen en de bovenleidingen te ontdooien.
  • Meer personeel
    Extra werkkrachten helpen mee in de werkplaatsen voor de reparatie van geïmmobiliseerd materiaal en bij de vriesdienst.
  • Lichtere locomotieven
    In meer heuvelachtige gebieden zijn er lichte locomotieven voorzien om de trein te duwen bij het starten op een heuvel.
  • Zandtoevoer
    Zand verbetert de grip van de trein tijdens vorst- en sneeuwperiodes, en ook bij bladeren op de sporen.

Ondertussen weet je alles over dit onderwerp?

Test je kennis in onze toffe quiz.

We doen er alles aan om je te informeren over je trein tijdens slecht weer.
Raadpleeg hier de reizigersinformatie in realtime.